De Stichting Woonbench voert benchmark onderzoek uit onder diverse corporaties. Vier invalshoeken worden daarbij gehanteerd. Eén daarvan is het klantoordeel. Een overzicht van een interessant en informatief onderzoek, de Woonbench 2008.

Perspectieven
De woonbenchmark is uitgevoerd onder 18 corporaties. Daarbij zijn vier perspectieven gehanteerd:
-Het klantoordeel
-Het medewerkeroordeel
-Het maatschappelijk oordeel
-De operationele en financiële prestaties

De belangrijkste bevindingen worden hieronder kort toegelicht.

Klantoordeel
Score: 6,8. De corporaties scoren goed op de kleinere reparaties. Huurders vinden deze belangrijk en zijn hier meer dan gemiddeld tevreden over. De woning, woonomgeving en de afhandeling van klachten worden eveneens belangrijk gevonden, maar beneden gemiddeld gewaardeerd. Hier is duidelijk verbetering gewenst.
De algemene dienstverlening (de bereikbaarheid en ontvangst op kantoor), de organisatie, het betrekken van een woning en de betaling scoren bovengemiddeld. Benedengemiddeld scoren het zoeken naar een woning, de informatievoorziening en het zelf aanpassen van de woning.

Vergeleken met de Woonbench 2006 is het klantoordeel van 7,1 gedaald naar 6,8.

Medewerkeroordeel
Score: 7,0. Autonomie en leidinggeven worden door de medewerkers belangrijk gevonden. Over deze aspecten zijn zij meer dan gemiddeld tevreden. Verbetering is wenselijk ten aanzien van interne communicatie en samenwerking. Beide aspecten zijn belangrijk maar scoren benedengemiddeld.

De medewerkers zijn minder dan gemiddeld tevreden over de arbeidsvoorwaarden, het toekomstperspectief, de mate waarin invloed uitgeoefend kan worden op het beleid en de mogelijkheden om zelf ideeën uit te dragen.

Meer dan gemiddeld is men tevreden over de ‘veilig voelen’, met respect behandeld worden en de afwisseling in de werkzaamheden.

Vergeleken met de Woonbench 2006 is het medewerkeroordeel van 7,1 gedaald naar 7,0.

Maatschappelijk oordeel
Score: 6,9. Het maatschappelijk oordeel is gemeten onder vier groepen ‘belanghouders’, namelijk de overheid (gemeenten), bewonersorganisaties, maatschappelijke organisaties (vooral zorg, onderwijs en welzijn) en overige, zoals collega corporaties en de politie.
De thema’s waarop het maatschappelijk oordeel wordt gemeten zijn: visie, inspraak, afspraken, resultaat en verantwoording. Hoewel de response beperkt is, kunnen enkele voorzichtige conclusies getrokken worden:
-corporaties scoren het hoogst op visie en het laagst op resultaat
-aandacht voor samenwerking scoort hoog
-de afstemming van het woning aanbod op de kwalitatieve vraag scoort laag
-de geschiktheid van de woningen voor zorgverlening scoort eveneens laag

Operationele en financiële prestatie
Score: 5,7. Het onderzoek laat zien dat er grote variatie bestaat in onder andere de waarden van de onderhoudskosten per verhuureenheid, het leegstandspercentage, de huurachterstanden, de totale beheerskosten per verhuureenheid en het aantel fte per 100 verhuureenheden.

Vergeleken met de Woonbench 2006 is de operationele en financiële prestatie gestegen van 5,6 naar 5,7.

Bron:
‘Woonbench 2008’, Rapport van de Stichting Woonbench, januari 2009